Sporten en bewegen zijn niet hetzelfde

In mijn jeugd heb ik gehockeyd op het hoogste niveau bij hockeyclub Bloemendaal. Ik was keeper van de eerste jeugdteams en bij het district Noord-Holland. In die tijd trainde ik zes keer per week. Ik woonde zowat op het hockeyveld.

Door het lesgeven over sportblessures en de verhalen die ik in de praktijk te horen krijg, wordt mijn (wereld)beeld gekleurd. Zo ben ik allang geen fan meer van sport of sporten. Wel van bewegen, dat moge duidelijk zijn.

Paardrijden, wielrennen en motorcross voeren de boventoon als het gaat om de ‘ernst’ van blessures. Bekend zijn de vele knieklachten bij voetbal. Een jonge voetballer van zeg 16 jaar oud die zijn knie verdraait en beschadigt, zal rond zijn 40e een versleten knie hebben. Of hij daar last van zal hebben, is vraag twee. De kans daar op is wel groot.

Onlangs stond in een landelijke krant een verhaal over de gevolgen van turnen. Oud nieuws, maar toch word ik daar koud van. En om nog wat te noemen, in 2017 waren er 13.000 SEH-bezoeken (Spoed Eisende Hulp in het ziekenhuis) vanwege sportblessures tijdens bewegingsonderwijs (gymles). Per week zijn dat er 250.

Opvallend is het aantal hardloopblessures. Het aantal blessures loopt harder op dan het aantal mensen dat besluit te gaan hardlopen. Na voetbal komen bij hardlopen de meeste blessures voor (gemeten naar sporttak). Op het eerste gezicht lijkt hardlopen toch een vorm van bewegen die je zelf in de hand hebt (of kunt hebben)? Met een andere aanpak is vaak een hoop op te lossen.

Sporten is in deze tijd het ‘alternatief’ geworden voor bewegen. Het komt alleen niet in de buurt van wat goed of gezond zou zijn. Daarbij is mijn advies tegenwoordig: raak niet geblesseerd. Of: Maak de kans op beschadiging door een blessure zo klein mogelijk.

Dat is geen gemakkelijke opgave. Het moment van blesseren lijkt zich al jaren ‘voor te bereiden’. Pezen zijn niet ineens slecht. Dat heeft een aanloop van jaren. Erfelijkheid speelt een grote rol. Je merkt er alleen niks aan. Pas als het misgaat. Daar staat tegenover dat een gewricht dat in goeden doen is, ontzettend veel kan ‘hebben’.

Er zijn maar weinig weefsels in ons bewegende lichaam die goed herstellen: botten en spieren. Als je een been breekt, kan die weer net zo goed worden als daarvoor. Dat geldt ook voor een gescheurde spier.

Beschadiging aan een pees of een gewricht (kraakbeen) herstelt nooit meer zoals het was. Er ontstaat wel littekenweefsel of artrose. Dat is anders van vorm en structuur. Na operaties bijvoorbeeld vergroot dit de kans op blijvende pijn (terwijl de operatie vaak bedoeld is om pijn te bestrijden!).

Een professor heeft eens gezegd: “Als niemand zou sporten, zou dat de samenleving 9 miljard euro per jaar kosten. En als iedereen wel zou sporten, zouden de kosten 4 tot 5 miljard euro zijn.” Als gevolg van (chronische) blessures, bedoelde hij. In de praktijk zien wij de mensen met zo’n chronische blessure. Dat zijn vaak heel ingrijpende verhalen. Met zo’n opmerking haalt de professor al het menselijke er wel af.

Financieel-economisch ben je slechts een cijfer. In onze praktijk tref ik alleen maar mensen, soms wanhopig.

Tijdens mijn zomervakantie loop ik ongemerkt de hele dag door. Dat begint ’s ochtends met een flinke wandeling met de hond op het strand. Overdag de boodschappen en ’s avonds om een ijsje, twee keer een rondje ‘dorp’. Van en naar het strand. Alles gaat lopend.

Na twee weken ben ik lichamelijk fitter dan een jaar lang trainen in de sportschool. Zon en een ‘’ leeg’ hoofd tijdens de vakantie doen vanzelfsprekend ook goed. Ook de verandering van omgeving is heilzaam. Maar als het om de lichamelijke conditie gaat, dan gaat het om het lopen (en om goed slapen, ok, maar dat gaat ook beter door dagelijks lopen).

Eigenlijk komt het neer op de hele dag door bewegen. Dat is in contrast met ons zittende bestaan. We hebben zitten verheven tot het hoogste goed.

Als het over sporten of bewegen gaat, gaat het altijd over (volks)gezondheid: de kans verkleinen op hart- en vaatziekten en suikerziekte (diabetes type 2). Professoren Eric Scherder en Andrea Maier hameren er op te (blijven) bewegen. Tot aan je dood.

Prof. Scherder legt uit dat bewegen de bloedstroom naar je hoofd vergroot. Dit is van groot belang voor de gezondheid en de werking van de hersenen.

Prof. Maier legt de nadruk op het spierverval door ouder worden. Door de spieren te onderhouden, blijven ook je botten stevig, wordt de kans op vallen kleiner en mocht je (als oudere) eens vallen, dan is daardoor de kans op een botbreuk kleiner.

De spierafname gaat heel hard als je een tijdje niet kunt bewegen. Bijvoorbeeld door een botbreuk, of als je een week ziek op bed ligt met griep. Ben je jong (wat is jong?) dan trekt dat betrekkelijk makkelijk bij. Ben je ouder (wat is ouder?) dan kan het een onoverkomelijke opgave worden en het begin van verdere aftakeling, lichamelijk en mentaal. En dat vaak in hoog tempo.

Over bewegen en gezondheid in het nieuws en in de media gaat het eigenlijk nooit over rugklachten. Ook een forse kostenpost, maatschappelijk gezien. Waarom gaat het niet over rugklachten? 

Het moment
van blesseren
lijkt zich al jaren
‘voor te bereiden’

Rugpijn is de meest voorkomende klacht. Men denkt dat aftakeling van de tussenwervelschijf de belangrijkste oorzaak van rugpijn is. Dit wordt discusdegeneratie genoemd. Het ontstaan hiervan is niet of nauwelijks te beïnvloeden, of beter gezegd: te voorkomen. Er is geen verschil tussen een zittend bestaan of lichamelijk actief bestaan. Ook hier speelt erfelijkheid in de meeste gevallen de grootste rol.

Het idee dat sterkere spieren of krachttraining helpt pijn te bestrijden of te voorkomen, is intussen achterhaald. Er is iets anders nodig.

Er is nog veel meer te vertellen over bewegen, erfelijkheid, het ontstaan van pijn en klachten en de behandeling daar van. Dit stukje is maar een greep uit de kennis van de complexe (maar o zo interessante) mechanismen en dus lang niet compleet. In de praktijk denken we dagelijks na over de problemen die bij onze cliënten zijn ontstaan. Er zal hier meer over volgen.

Wat ik nu zelf aan beweging doe? Wandelen. Elke dag probeer ik minimaal een uur te lopen. Dat wissel ik af met golfen en tuinieren. Het werk als manueel therapeut draagt ook wat bij. Dan behandel /  beweeg ik iemand die dat zelf niet meer kan zonder pijn, zodat hij of zij  daarna zelf weer pijnvrij kan bewegen.